Fimeco
't Bijsterveld 17
5701 GW Helmond

T 0492 578 242
M 06 5426 8479 info@fimeco.nl

Huwelijksvermogensrecht op de schop


Standaard in gemeenschap van goederen huwen is straks verleden tijd. De beperkte gemeenschap van goederen wordt de nieuwe standaard. Het initiatiefvoorstel is op 28 maart 2017 door de Eerste Kamer goedgekeurd en de beperkte gemeenschap als standaard, is vanaf 1 januari 2018 werkelijkheid. Het nieuwe stelsel is van toepassing op huwelijken die vanaf die datum worden gesloten.

Het huwelijksvermogensrecht is toe aan modernisering. Nederland is namelijk een van de weinige landen in de wereld waar trouwen in gemeenschap van goederen de standaard is. Afwijken kan, maar dan moeten de toekomstige echtgenoten dit zelf regelen door het opstellen van huwelijkse voorwaarden.

Er zijn twee belangrijke aanleidingen voor het aanpassen van de wet:

  • Kersvers gehuwden worden niet langer geconfronteerd met voorhuwelijkse schulden en/of raken niet hun voorhuwelijkse bezittingen voor de helft kwijt.
  • De publieke opinie dat erfenissen en schenkingen privé moeten blijven.

Beperkte gemeenschap van goederen
De basisgedachte van het voorgestelde huwelijksvermogensrecht is een beperkte gemeenschap van goederen: wat je samen tijdens het huwelijk opbouwt, is gemeenschappelijk. De rest blijft privé.

Alles wat je voor het huwelijk al hebt, blijft daarmee van jou. Dit geldt voor bezittingen én voor schulden. Door het huwelijk word je onder het nieuwe stelsel niet meer geconfronteerd met de schulden van de kersverse echtgenoot of echtgenote. Van het door de partner opgebouwde spaarsaldo profiteert men echter ook niet (meer).

Bezittingen en/of schulden die vóór het huwelijk al van beide partners zijn, bijvoorbeeld een woning die een samenwonend stel gezamenlijk koopt en financiert, horen wél bij de gemeenschap van goederen. Het maakt hierbij niet uit wat de eigendomsverhouding was, na het huwelijk heeft ieder recht op de helft.

Uitzonderingen
De gemeenschap bestaat in de nieuwe wet dus uit gezamenlijk voorhuwelijks vermogen, plus alle goederen en schulden die tijdens het huwelijk zijn verkregen.

Uitzondering hierop zijn erfenissen en schenkingen. Deze blijven, inclusief hun vruchten, privé. Dit geldt zowel voor erfenissen en schenkingen, met als zonder uitsluitingsclausule. Het wetsvoorstel regelt nu het omgekeerde: een insluitingsclausule. Bij een erfenis of schenking kan de erflater/schenker bepalen dat de erfenis of schenking wél in de gemeenschap valt.

Ook de al bestaande uitzonderingen op de gemeenschap van goederen, zoals pensioenrechten, het wettelijke vruchtgebruik van de langstlevende en verknochte goederen blijven gehandhaafd.

Nieuwe vermogenssituatie
Er ontstaan in het nieuwe stelsel drie vermogens: privé partner 1, privé partner 2 en gemeenschap van goederen.

Privé partner 1 Gemeenschap van Goederen Privé partner 2

Voorhuwelijks vermogen

 

Voorhuwelijks vermogen

Erfenissen en schenkingen

Alle tijdens het huwelijk verkregen goederen en schulden

Erfenissen en schenkingen

Verknochte goederen*

Voorhuwelijks gezamenlijk eigendom

Verknochte goederen*

Pensioenrechten*

 

Pensioenrechten*

Wettelijk vruchtgenot*

 

Wettelijk vruchtgenot*

* Al bestaande uitzonderingen

Dat pensioenrechten niet binnen gemeenschap vallen, lijkt haaks te staan op de wet verevening pensioenrechten. Dit is echter niet zo: als pensioenrechten ín de gemeenschap zouden vallen, zouden alle rechten moeten worden verdeeld bij scheiding. Door pensioenrechten buiten de gemeenschap te houden, kan de verdeling beperkt blijven tot dat deel dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

Uitwinnen van schulden
Een belangrijk onderdeel van het initiatiefvoorstel zijn de bepalingen met betrekking tot uitwinnen van schulden:

  • Een gemeenschappelijke schuld kan alleen op het privévermogen worden verhaald als het gezamenlijke vermogen onvoldoende waarde heeft.
  • Een niet-gemeenschappelijke schuld kan maar voor de helft op het gezamenlijke vermogen worden verhaald, de andere helft is van de andere echtgenoot en valt voortaan buiten de gemeenschap.

Stel dat er in deze laatste situatie beslag wordt gelegd op een gemeenschappelijke goed dat de andere echtgenoot graag wil behouden, dan mag de andere echtgenoot dit goed overnemen tegen betaling van de helft van de waarde. De betaling moet wel komen uit het eigen vermogen van de betreffende echtgenoot. Het goed valt vanaf dat moment niet meer in de gemeenschap.

Als bij uitwinning van gemeenschappelijke schulden bij een echtscheiding onvoldoende gemeenschappelijke bezittingen blijken te zijn om de schulden te voldoen, wordt de schuld verhaald op beide echtgenoten voor een gelijk deel, tenzij dit vanuit redelijkheid en billijkheid niet passend is.

Bijhouden van de administratie
Aan het begin van een huwelijk is het meestal goed mogelijk om een vermogensopstelling te maken. Dit wordt gedurende de jaren lastiger. De gescheiden vermogens blijven alleen intact als de partners bijhouden wat er met dit vermogen gebeurt.

Maar wat gebeurt er als de ene partner de schulden van de andere aflost? Of als een erfenis op de en/of- rekening wordt gestort en de partners hier samen van leven, op vakantie gaan, een caravan, boot of vakantiewoning kopen? Op dat moment verwatert het afgescheiden vermogen. Partners leven dan alsof er een algehele gemeenschap van goederen bestaat. Mocht het tot een echtscheiding komen, dan is dat ook de consequentie. Een goede administratie is dus noodzakelijk. Beide echtelieden moeten namelijk zelf bewijzen dat een bepaald goed privé is en niet gemeenschappelijk. Deze bewijslast is vrij. Dit kan bijvoorbeeld door een onderhands stuk waarin de belangrijkste wijzigingen worden vastgelegd.